Tweeënhalve week geleden speelden Sevilla en Benfica de finale van de
Europa League. Verrassend was niet dat Benfica die
verloor, immers winnen zij al geen internationale prijs meer sinds de jaren
zestig. Ook zal het niet de geschiedenis in gaan als technisch hoogstaande
wedstrijd. Wat de finale wel kenmerkte was de fysieke slijtageslag die tot
en met penalty's ging. In de slotfase kregen diverse spelers kramp en ze zaten er duidelijk doorheen. Wat ik mij dan ook vooral kan herinneren was de gedachte dat het niet
slecht zou uitkomen als ook de finale van de Champions League net zo lang,
zwaar en beladen zou zijn. Immers, met twee Madrileense clubs, Atletico en Real, die elkaar tot ver in
mei op dat niveau zo’n fysieke inspanning zouden moeten gaan leveren, dat het
niet voordelig zou zijn in de voorbereiding op het WK. En jawel, onze hoop werd
beantwoord: de wedstrijd ging dankzij een goal in de blessuretijd alsnog naar
de verlenging! Het feest van Real ging door tot in de kleine uurtjes; het schijnt dat de spelers rond zes uur ’s morgens in het centrum van Madrid werden ontvangen door
een uitzinnige menigte.
Real Madrid was overigens bijzonder gelukkig met de titel,
en het zei ze alleszins gegund. Er kwamen zelfs reacties naar buiten dat de tiende
Champions League titel meer waard was dan een nieuwe wereldtitel in Brazilië,
maar daar zullen de meningen in de Spaanse selectie over verdeeld zijn.
Resultaat was in ieder geval wel dat Real dit seizoen iets van 63 wedstrijden heeft
gespeeld. Daarbij komen nog minimaal drie interlands voor de WK kwalificatie plus wat vriendschappelijke, dus dan ga je al gauw richting de 70 officiële wedstrijden! Als we bedenken
dat de competitie halverwege augustus begon, en de wedstrijden dus in
negen en een halve maand, of zo’n 42 weken zijn gespeeld, betekent dat bijna twee
per week! En dat geldt dan in iets mindere mate voor Barcelona en Atletico de
Madrid, maar dat het lange seizoenen zijn voor de Spaanse spelers, is wel
duidelijk.
Overigens is er geen direct significant effect zichtbaar als we de
resultaten van bepaalde landen, die dat jaar Europese bekertoernooien op deze
Spaanse wijze overheersten, op WKs bezien. Sterker nog, overheersing in Europa
op clubniveau betekent vaak ook succes op een eindtoernooi. Maar je maakt mij
niet wijs dat als je fysieke staat van Spaanse spelers tijdens de laatste
wedstrijden van het seizoen zag (met het meest extreme voorbeeld dat van Diego
Costa, die na 7 minuten Champions League finale al geblesseerd uitviel) dat dit
een ideale voorbereiding op een WK is. Als we het afzetten tegen Oranje, in trainingskamp bijeen
vanaf begin mei, en sindsdien bezig met een perfecte preparatie voor de eerste
wedstrijd van het WK, is duidelijk wie er straks het fitst, zowel fysiek als
psychisch, aan de wedstrijd begint.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten