De voetbalcrisis had voortgeduurd als Romario niet twee keer had gescoord in de laatste wedstrijd in de kwalificatie voor het WK 1994. De superspits uit de bescheiden Nederlandse eredivisie, die als noodgreep werd opgeroepen voor die wedstrijd, redde daarmee misschien wel het land. Brazilië kwalificeerde zich met de hakken over de sloot voor het eindtoernooi, terwijl verlies had betekend dat het land voor de eerste keer zou ontbreken op een WK. Die schande werd dus net op het nippertje voorkomen, maar de onvrede en crisisstemming in Brazilië was veel breder dan dat. Politiek was het een rommeltje met een afgezette president en zijn zwakke vervanger. Het sociale leven was ronduit chaotisch doordat de inflatie in de duizenden procenten liep. En toen twee maanden voor het WK Brazilië's meest geliefde zoon Ayrton Senna, drievoudig wereldkampioen Formule I, verongelukte, raakte het land rock bottom; veel lager kon ze niet meer zakken.
Maar, als je dan niet meer lager kunt zakken, is de enige weg omhoog. Halverwege het jaar 1994 werd die weg gevonden. Na vele jaren van hyperinflatie en mislukte plannen om dat probleem aan te pakken werd het Plano Real aangekondigd. Per 1 juli van dat jaar en dus precies midden in het WK, werd een nieuwe nationale munt geïntroduceerd die gekoppeld was aan de dollar en daardoor waardevast was. Een zegen voor het land, eindelijk rust en vertrouwen; je wist zeker dat je met de Real die je vandaag in handen kreeg, morgen hetzelfde zou kunnen kopen. Dit plan heeft dan ook de basis gelegd voor de jaren van economische voorspoed die zouden volgen, maar bijvoorbeeld ook voor het sociale beleid waarmee de latere president Lula goede sier zou maken.
Maar er was nog een belangrijk element noodzakelijk om de Brazilianen hun zelfvertrouwen terug te geven: een succesvol voetbalelftal. De verwachtingen richting het WK waren niet hooggespannen met die moeizame kwalificatie nog in het achterhoofd. Maar bondscoach Parreira hield vast aan zijn in beton gegoten verdedigende tactiek, ondanks de felle kritiek in eigen land. Hij zette de verdediging centraal, met een man of acht, negen achter de bal en had voorin twee superspitsen die voor de goals zorgden: Romario en Bebeto. Soms was het niet om aan te zien, een enkele lichtpuntje daargelaten; de wedstrijd tegen Nederland in de kwartfinale bijvoorbeeld. Brazilië kreeg het hele toernooi maar drie doelpunten tegen, waaronder dus die twee tegen Nederland. Hoe dan ook, aanvoerder en symbool voor het defensieve spel, Dunga, hief op 17 juli de beker omhoog, de vierde titel was behaald.
Al met al was het jaar 1994 daarmee een waterscheiding in de geschiedenis van Brazilië. Minister van Financiën, en verantwoordelijk voor het Plano Real, Fernando Henrique Cardoso, lifte op dat succes mee naar twee termijnen als president van Brazilië. Het Braziliaanse elftal haalde in de daaropvolgende twee WKs de finale, én in 2002 haar vijfde wereldtitel. Met hersteld zelfvertrouwen ging het land daarna op zoek naar verwerking van het trauma van 1950, om alsnog de wereldtitel in eigen huis te behalen. Dat die poging nu hopeloos en hard onder uit is gehaald door de Duitse mannschaft doet niets af aan de kleurrijke geschiedenis van Brazilië en de manier waarop het voetbal, en in het bijzonder het WK, daarin een soms cruciale rol vervult.
![]() |
| Taffarel na de beslissende penalty, gemist door Baggio: Brazilië wereldkampioen |
.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten