zaterdag 21 juni 2014

deel 23: Chili, overgeleverd aan de elementen


Als je op zaterdagmiddag de bus neemt vanaf het vliegveld bij Santiago de Chile richting centrum, zie je kilometerslang voetbalveldjes langs de kant van de weg. De honderden voetballers, met shirtjes in alle kleuren van de regenboog, werken zich in het vale zonnetje  in het zweet, geven je een gevoel van onbezorgdheid. De spelende mens is een tevreden mens, tijdens het voetbal vergeet je je dagelijkse zorgen. En dat Chilenen weten wat zorgen zijn, is een understatement.

Het massieve Andesgebergte sluit het ranke land over de gehele lengte af van de rest van het continent. Misschien dat het door dit isolement komt, maar Chili lijkt in bepaalde opzichten wel een eiland. De mensen zijn er niet erg op invloeden van buiten, het grootste buurland Argentinië wordt getolereerd, maar meer als grote sterke broer dan als goede buur. Alles wat er buiten gebeurt wordt met de nodige afstand bekeken, wat er intern plaats vindt wordt het liefst intern opgelost. En als je reëel naar de omstandigheden kijkt zoals het klimaat en geografie, dan kun je je ook voorstellen dat ze genoeg hebben aan de eigen sores. Chili kent zowel het droogste plekje op aarde, als een van de natste. Het loopt van de woestijn in het noorden door tot het zuidelijkste puntje waar je de zuidpool bij wijze van spreken kunt grijpen. En hoewel die extreme klimaatverschillen zich soms ook doen gelden in hoofdstad Santiago, geeft de ernstige smogvorming je soms het idee alsof de stad gedoemd is om voor altijd in dezelfde grijze deken voort te sloffen.
Naast die extreme klimatologische omstandigheden ligt Chili over de gehele lengte in aardbevingsgebied. Zo was het WK van 1962 bijna afgeblazen nadat het land in 1960 getroffen werd door de zwaarste aardbeving ooit gemeten; 9,5 op de schaal van Richter(!). Een tsunami zorgde voor golven tot wel 25 meter hoog, die tot in Japan en Hawaï reikten. In totaal vielen er meer dan 5.000 doden en waren er 2 miljoen daklozen. Een haastklus zorgde ervoor dat de stadions net op tijd klaar waren voor het toernooi. En als zo’n tragedie zich weer voordoet, komt dat eilandgevoel weer boven: je kunt geen kant op. Chili’s bekendste schrijver Pablo Neruda beschreef het als volgt: 

-  De hele tragedie begint met een vage beweging die de slapenden wekt. De ziel vindt tussen dromen door het contact met oerwortels, met zijn diepe, aardse bewustzijn. Hij had het altijd al willen doorgronden. En nu weet hij het. Als vlak daarop de volle beving volgt, kan nergens meer heen gevlucht worden, want de goden zijn verdwenen, de ijdele kerken zijn vergruisd tot stof. -[1]

Dat gevoel van overgeleverd zijn aan de elementen, van verlatenheid, zelfs door God, misschien is dat wel de reden dat Chili op voetbalgebied weliswaar altijd heeft meegedaan, maar nooit een internationaal toernooi wist te winnen. Op WKs was de derde plaats het hoogst haalbare, toen het in 1962 in eigen land de halve finale verloor van Brazilië. Een wedstrijd die overigens in het Nationale Stadion van Santiago werd gespeeld. Een toneel dat later ook zou dienen als gruwelijke openlucht gevangenis tijden de coup d'etat van 1973. Hoewel de wedstrijden van het nationale elftal sindsdien daar gewoon nog worden gespeeld, krijg ik er altijd een beetje naar gevoel bij als je bedenkt dat hier duizenden gevangen zaten, gemarteld, gedood werden onder vaak valse verdachtmakingen.
Estadio Nacional, net na de coup van Pinochet, 1973
Ook de Copa America werd nooit gewonnen: toch haalde Chili vier keer de finale. Waar andere Latijns Amerikaanse landen zo nodig kunnen overschakelen op een genadeloze hardheid en daarmee in het verleden regelmatig succesvol waren, denk bijvoorbeeld aan Argentinië of Uruguay, lijkt het wel alsof Chili dat niet kan. Niet dat ze geen overlevers zijn overigens, dat is iets anders. Het verhaal van de mijnwerkers die weken onder de grond zaten opgesloten, laat alleen al zien dat ze verdomd taai zijn. Dat leverde bovendien een mooi filmpje op waarmee ze het nationale elftal nog eens extra motiveerden. Toch staat La Roja, het Chileense elftal, bekend om haar verzorgde voetbal, niet vanwege haar hardheid. Alleen tijdens de historische wedstrijd tussen Italië en Chili in '62, de Battle of Santiago, werd een slagveld aangericht waar kaartenfestijnen zoals Nederland-Portugal in 2006, of de finale van 2010, bleekjes bij afsteken. De scheidsrechter van toen, Ken Aston, werd later de uitvinder van de gele en rode kaarten.

Nu leek het vanuit de bus die zaterdagmiddag alsof alle wedstrijden even vredig waren, maar dat is, ook in Chili, natuurlijk niet altijd het geval. Want behalve dat voetballende mensen tevreden mensen zijn, is het voor velen tegelijkertijd ook een manier om de dagelijkse stress kwijt te raken. En dat kan door hard tegen een bal te schoppen, maar ook de benen van je tegenstander zijn zeer geschikt. Toen ik uitgenodigd werd om een potje mee te voetballen werd ik dan ook gewaarschuwd: de bijnaam voor het Chileense amateurvoetbal is de stiletto competitie.




[1] Uit: “Ik beken, ik heb geleefd”, van Pablo Neruda, uitgever Prometheus, Amsterdam, 2002. Neruda is winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur in 1971. Zijn dood, 12 dagen na de staatsgreep van Pinochet, is lange tijd geassocieerd geweest met die dramatische gebeurtenis. Post mortem onderzoek in 2013 heeft echter geen onnatuurlijke omstandigheden aangetoond.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten